Slaapwandelen

Slaapwandelen is een fenomeen dat bij sommige mensen voorkomt. Toch spreken we al sneller van slaapwandelen dan dat films doen vermoeden. Uit de films kennen we slaapwandelen vooral van mensen die met gestrekte armen tijdens de slaap door huis wandelen. In de praktijk blijkt dat niet zo te zijn.

Wanneer spreken we van slaapwandelen?

Slaapwandelen behoort tot de zogenaamde parasomnieën. Daar spreken we van als iemand abnormaal gedrag tijdens de slaap vertoont. Enkele andere parasomnieën zijn bijvoorbeeld: praten in de slaap, snurken of bedplassen. Slaapwandelen heeft een medische term: somnambulisme.

Het idee dat men ‘s nachts letterlijk als een zombie door het huis wandelt, is iets wat nooit voorkomt. Dit beeld is ontstaan uit films. Daarmee kan ook de fabel dat men een slaapwandelaar niet wakker mag maken, ontkracht worden. Het is namelijk niet gevaarlijk om dit te doen. Beter is de persoon naar bed te begeleiden.

Wel spreken we van slaapwandelen als iemand kortstondig activiteiten uitvoert, die hij ook wakker had uit kunnen voeren. Bijvoorbeeld door tijdens de slaap door het huis te lopen, te praten of zelfs auto te rijden. Andere activiteiten zijn: rechtop gaan staan, het herindelen van het huis, muziekinstrumenten bespelen of zichzelf aankleden.

Vaak ziet men het verschil tussen wakker en in slaap zijn niet. De ogen zijn namelijk gewoon geopend. De hersenen zijn in slaap, maar de rest van het lijf is wakker. Slaapwandelen heeft een korte duur van enkele seconden tot een paar minuten, tot een lange duur van een half uur of langer.

Een slaapwandeling duurt meestal niet langer dan tien minuten. Het is niet schadelijk voor de slaapkwaliteit. Slaapwandelaars weten vaak zelf de weg naar bed terug te vinden. In andere gevallen vallen zij op een andere plaats weer in slaap.

Symptomen van slaapwandelen

Slaapwandelen kan worden gediagnosticeerd aan de hand van de volgende symptomen: verward gedrag tijdens de slaap, geopende maar wazige blik in de ogen, niets kunnen herinneren wanneer men gewekt wordt, rechtop zitten, onduidelijk praten of soms agressief zijn bij het wekken. Slaapwandelen komt vooral voor wanneer men één tot drie uur lang geslapen heeft.

Volgens de DSM-IV richtlijnen, spreken we van slaapwandelen als iemand het bed verlaat terwijl hij in het derde deel van de slaapcyclus zit. Over het algemeen zijn mensen die slaapwandelen maar moeilijk wakker te krijgen. Slaapwandelen heeft vaak een grote invloed op de prestaties op het werk en het sociale leven. Voorwaarde voor de diagnose slaapwandelen is dat de patiënt geen psychische ziektes of dementie heeft.

Het eerste tot en met het derde deel van de slaapcyclus bestaat uit de non-REM-slaap. Dit betekent dat er sprake is van een diepe slaapfase, vlak voordat men overgaat naar de REM-fase. In deze fase gaan de hersenen trager werken, maar droomt men nog niet. Bij het dromen zijn de hersenen actief terwijl de spieren verslapt zijn. Dit betekent dat degene die slaapwandelt, niet op dat moment zijn dromen tot uitvoering brengt. Iemand die zich in deze slaapfase bevindt, is maar moeilijk te wekken.

Belangrijk is onderscheid te maken tussen somnambulisme en tussen een remslaapgedragsstoornis. Bij laatstgenoemde verslappen de spieren niet tijdens de droomslaap (REM-slaap). In dat geval kan men dromen tot uitvoering brengen. Deze stoornis komt vaak voor bij patiënten van de ziekte van Parkinson en is derhalve niet hetzelfde als slaapwandelen.

Doelgroepen

Slaapwandelen komt bij sommige groepen mensen vaker voor dan bij andere groepen. Vooral kinderen vertonen vaak symptomen van slaapwandelen. Slaapwandelen is voor kinderen geen ernstig probleem dat meteen behandeling vergt. Over het algemeen groeien kinderen weer over deze slaapgewoonte heen. Volwassenen hebben doorgaans veel minder last van slaapwandelen. Als volwassenen slaapwandelen, gaat het hier vaker om mannen dan om vrouwen.

Vroeger vermoedde men dat slaapwandelen voortkomt uit aanvallen die gezocht moeten worden bij epilepsie, hysterie of overige psychiatrische stoornissen. Inmiddels weet men dat deze ziektes er waarschijnlijk niets mee te maken hebben. Datzelfde geldt voor geheime verlangens. Wel is duidelijk dat slaapwandelen vaak voorkomt in de derde fase van de slaapcyclus. De hersenen slapen, maar het lichaam is nog actief. Er treedt een verstoring op tussen het lichaam en de hersenen, waardoor het lichaam zichzelf bestuurt, zonder dat de persoon in kwestie er erg in heeft.

Dit is mede de reden waarom vooral kinderen slaapwandelen. Kinderen zijn nog volop in ontwikkeling. Vanwege de lichamelijke ontwikkeling en veranderende hormoonhuishouding is slaapwandelen een parasomnie dat bij hen vaker voorkomt. Vaak zijn zij ouder dan vier jaar. Het probleem komt minder vaak voor rond de puberteit. Volwassenen die slaapwandelen, hadden daar ook als kind al last van. Zij zijn er nooit overheen gegroeid. Factoren die het slaapwandelen verergeren, zijn: stress, oververmoeidheid en een grootschalig gebruik van alcohol en medicijnen. Tevens blijkt dat mensen die slaapwandelen, familieleden hebben die dit ook doen.

Wat te doen bij slaapwandelen

Wanneer iemand in de omgeving aan het slaapwandelen is, is het prima deze persoon te begeleiden naar een veilige plaats, bijvoorbeeld terug naar bed. Vaak wordt er ten onrechte gedacht dat slaapwandelen niet gewekt mogen worden, omdat zij dan gevaarlijk zijn. Dat is een fabeltje. Het is niet noodzakelijk iemand die slaapwandelt bruut te wekken. Wel is het zo dat het contact maken met iemand die slaapwandelt, moeilijk gaat. Vaak gaat slaapwandelen gepaard met mompelen. Het inschattingsvermogen is laag, omdat de hersenen nog steeds slapen.

In sommige gevallen kan slaapwandelen gevaarlijk zijn. Dat noemen we risico-slaapwandelen. Bij deze vorm van slaapwandelen klimmen patiënten uit het raam of gaan zij de straat op. Daarbij is het gevaar groot dat men zich op een lelijke manier verwonden. Om die reden kan het raadzaam zijn dergelijke activiteiten zo moeilijk mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door een traphekje te plaatsen, de deuren te sluiten en ramen op slot te doen. Eventueel kan men gebruik maken van sensoren of videobeveiliging wanneer dit verschijnsel ernstig is. Soms kan ook een natte handdoek helpen.

Behandeling

In sommige gevallen kan met het slaapwandelen niet de baas worden. In dat geval is hulp van een specialist noodzakelijk. Het risico op slaapwandelen neemt toe bij slaaptekorten en vermoeidheid. Daarom is het belangrijk dat er sprake is van een regelmatig slaappatroon. Eventueel kunnen ontspanningsoefeningen ook helpen het slaapwandelen te verminderen.

In sommige gevallen kan een psycholoog helpen de problemen te verminderen. In andere gevallen kunnen ook andere specialisten zoals de neuroloog of een somnoloog worden ingeschakeld. Ontspanningstherapie en gedragstherapie zijn gangbaar bij de aanpak van slaapwandelen.

Populaire berichten